Veelgestelde vragen
Hieronder vind je een overzicht van de meest gestelde vragen over de dijkversterking. Staat jouw vraag er niet bij en is deze ook voor anderen van toepassing? Mail naar info@ijsselwerken.nl dan kijken we of we de vraag en het antwoord aan deze lijst kunnen toevoegen.
Klik op één van de categorieën hieronder om meer vragen te zien.
Alle vragen
Wat is IJsselwerken? En waarom deze naam?
Waterschap Drents Overijsselse Delta en Boskalis Nederland werken voor dit project samen onder de naam IJsselwerken. IJsselwerken is de naam waarmee beide partijen gezamenlijk naar buiten treden voor dit dijkversterkingstraject. De naam verwijst naar de IJssel en de werken die bescherming moeten gaan bieden aan het achterland bij hoogwatersituaties op deze rivier.
Waarom werken WDODelta en Boskalis Nederland samen?
Het waterschap vindt het belangrijk om de kennis en kracht van het waterschap en de markt al vroeg in het project te bundelen. Zo wil het waterschap de technische en financiële risico’s van zo’n groot project zo klein mogelijk maken. Daarom is WDODelta op zoek gegaan naar een geschikte partner om samen het door het Algemeen Bestuur gekozen Voorkeursalternatief uit te werken. In juni 2020 is Boskalis Nederland geselecteerd. Boskalis heeft veel ervaring met soortgelijke dijkversterkingsprojecten en slimme technische oplossingen in de buurt van huizen of andere te behouden objecten. Ook dragen zij 'in verbinding met de omgeving’ in de genen mee en hebben ze oog voor kwaliteit en een verantwoord kostenniveau. De afgelopen jaren maakten we als één team samen het ontwerp, bereidden we de uitvoering voor en gingen in gesprek met de omgeving. Dat laatste blijven we uiteraard ook tijdens de uitvoering doen.
Waar bestaat het managementteam en projectteam uit?
Het projectteam van project IJsselwerken bestaat uit een mix collega's van het waterschap en Boskalis. Het is een groot team, waardoor het onmogelijk is om alle namen te noemen. Iedereen die deel uitmaakt van het team werkt aan een onderdeel van het project, zo is er bijvoorbeeld een team Techniek & Realisatie, een team Omgeving en een team Contract- en projectbeheersing. Tussen die teams vindt er veel samenwerking plaats, vooral in de verschillende deeltrajecten.
Sinds de start van de realisatiefase (januari 2026) hebben zowel de opdrachtgever (het waterschap) als de opdrachtnemer (Boskalis) een eigen managementteam. Nauwe samenwerking gedurende de realisatie is één van belangrijkste speerpunten voor beide teams.
Met wie van IJsselwerken heb ik contact als belanghebbende?
Met een omgevingsmanager of grondverwerver van IJsselwerken. Deze personen zijn altijd verbonden aan een van de twee betrokken organisaties: Waterschap Drents Overijsselse Delta of Boskalis Nederland. Wie voor welk project omgevingsmanager is en de contactgegevens vind je snel via de pagina waarop alle uitvoeringstrajecten staan.
Waarom moet de dijk tussen Zwolle en Olst worden versterkt?
Uit onderzoek in 2016 is gekomen dat de IJsseldijk op dit moment niet voldoet aan de eisen. De dijk is onvoldoende sterk en daarom gaan wij met dit project over een traject van 29 kilometer de dijk sterker maken. Dit doen we zodat we er weer vele jaren op kunnen vertrouwen.
Aan welke (nieuwe) veiligheidsnorm moet de IJsseldijk voldoen?
In Nederland gelden per 1 januari 2017 nieuwe landelijke waterveiligheidseisen (normen). De oude veiligheidseisen stamden nog uit het midden van de vorige eeuw, kort na de watersnoodramp van 1953. Voor de IJsseldijk tussen Olst en Zwolle is de nieuwe (huidige) wettelijke veiligheidsnorm 1/10.000 jaar. Dat betekent dat de kans op overstroming niet groter mag zijn dan 1 keer per 10.000 per jaar. Wanneer een dijktraject lager scoort dan deze norm (zoals de dijk tussen Zwolle en Olst), dan voldoet het traject niet meer aan de wettelijke eis en is een dijkversterking nodig.
Welk deel van de IJsseldijk moet worden versterkt?
Met dit project versterken we de IJsseldijk tussen Zwolle en Olst, vanaf de Haereweg (Olst) tot de Spooldersluis (Zwolle). De dijk en kade verder zuidwaarts richting Deventer hebben geen dringende veiligheidsopgave en hoeven voorlopig niet te worden verbeterd. Op de website van WDODelta lees je meer over de HWBP projecten in de omgeving.
Wat is het veiligheidsprobleem?
De dijk is afgekeurd op piping, stabiliteit en de sterkte van de bekleding van de dijk. Op een klein aantal plekken is de dijk niet hoog genoeg. Er is op veel plekken bij hoogwater een grote kans dat het kwelwater (grondwater) onder de dijk zand meeneemt. Dit kan er voor zorgen dat de dijk verzwakt en kan inzakken. Dit wordt piping genoemd. Het begin van piping is de afgelopen jaren al een paar keer in de praktijk geconstateerd, ook bij relatief lage waterstanden. Ook bestaat de kans dat bij hoogwater en grote golven de bovenste graslaag wordt weggeslagen, waardoor de dijk verzwakt.
Waarom moet de IJsseldijk aan de Sallandse kant aan strengere eisen voldoen dan de Veluwse zijde?
De belangrijkste reden is dat de gevolgen van een overstroming van de dijk aan de Zwolse en Sallandse kant groter is. Bij een dijkdoorbraak tussen Zwolle en Olst stroomt het water veel verder landinwaarts dan aan de kant van de Veluwe. De economische gevolgen zijn dan ook veel groter. Daarnaast slaan de grootste golven bij hoogwater en vaak westenwind vooral tegen de Sallandse oever en dijk. Daarom is versterking van de Sallandse dijk belangrijker dan de Veluwse dijk.
Waarom is de bekleding nu onvoldoende sterk?
De 'bekleding' bestaat uit het gras op de dijk en de onderlagen daarvan. De huidige grasmat is van prima kwaliteit. Bij hoogwater beuken de golven tegen de dijkbekleding. De golven zijn dan zo sterk dat het gras, ongeacht de goede staat, kan worden weggeslagen. De dijk tussen Zwolle en Olst mist op de meeste plekken een sterke erosiebestendige onderlaag voor het geval de grasmat er door golven is afgeslagen. De bekleding als geheel is daarom niet bestand tegen extreme hoge en langdurige golven die horen bij de huidige veiligheidseisen. Kortom: we houden bij de huidige eisen rekening met hogere en sterkere golven, maar ook met golven die langer aanhouden dan voorheen. Daarom worden zwaardere eisen aan de dijkbekleding gesteld dan bij de oude norm.
Waarom is verhoging van de dijk nodig?
Verhoging van de IJsseldijk is op enkele plekken binnen de gemeente Zwolle noodzakelijk om teveel golf-overslag tegen te gaan bij hoogwater. Golfoverslag kan leiden tot erosie van de bekleding van de dijk of de gehele binnenzijde van de dijk, waardoor de dijk zwakker wordt en in elkaar kan zakken.
Wat zijn de gevolgen van een overstroming van de IJsseldijk?
Een eventuele overstroming heeft grote gevolgen voor een groot deel van Salland en de stad Zwolle. In de stad Zwolle staat het water bij een extreme overstroming 1 tot 3 meter hoog. Ook komt een groot deel van Salland onder water te staan.
Kan de dijk worden versterkt met tijdelijke maatregelen als het hoogwater dreigt?
Nee, voor de lange termijn zijn we op zoek naar blijvende oplossingen die voldoende zekerheid bieden. Als we tijdens hoogwater over een grote lengte tijdelijke maatregelen moeten nemen, zoals het plaatsen van zandzakken, is het risico te groot dat de waterkering faalt. Daarmee voldoet de IJsseldijk niet aan de veiligheidseisen.
Waarom is na Ruimte voor de Rivier nog dijkversterking nodig?
De uitgevoerde rivierverruiming draagt bij aan de veiligheid van Nederland. Rivierverruimende maatregelen werken waterstand verlagend, maar doen weinig voor de sterkte van de dijk. Met het project IJsseldijk Zwolle-Olst wordt de dijk zelf weer voldoende sterk en daarmee veilig gemaakt.
Waarom heeft het waterschap voor een binnendijkse oplossing gekozen?
Een buitendijkse versterking is door ons onderzocht in de Verkenningsfase. Er zijn buitendijks een aantal zaken wettelijk beschermd (natuur en de rivier, en voor dat laatste vooral ook het afvoerend en bergend vermogen van de rivier). Deze zaken maken het op veel locaties langs de IJsseldijk onmogelijk om buitendijkse maatregelen te nemen. Waar dit wel mogelijk is hebben we er soms wel gekozen om buitendijks de dijk te versterken, zoals direct ten noorden van Olst.
Een constructieve versterking (vaak een zware damwand aanbrengen in het midden van de dijk) is vaak niet als een kansrijk alternatief beoordeeld. Op de plekken waar deze wel kansrijk was, is dit mee afgewogen.
Voor 23 van de 29 dijktrajecten uit de Verkenningsfase bestaat het Voorkeursalternatief uit een binnendijkse dijkversterking met een verticale pipingoplossing (alternatief B). Dat kan een maatregel onder de grond zijn die het zand tegen houdt om uitspoeling te voorkomen. In het ontwerp beperken we daarmee ruimtebeslag op buitendijkse waarden zoals natuur, landschap en cultuurhistorie. Ook voorkomt het opstuwing van de rivier. Door het toepassen van deze methode blijven binnendijkse objecten en waarden zoveel mogelijk gespaard. Bij woningen en objecten met een beschermde status zetten we maatwerk in, zodat ze behouden blijven.
Op de pagina met uitlegvideo's vind je een video met uitleg over binnen- en buitendijks versterken.
Hoe heeft het waterschap de impact op omgeving onderzocht?
Er is in de Verkenningsfase een milieueffectrapportage (MER) opgesteld waarbij de effecten van verschillende alternatieven voor de volgende milieuthema's zijn beoordeeld:
woon-, werk- en leefomgeving
rivierkunde
natuur
bodem
water
landschap en cultuurhistorie
Het MER brengt alle relevante milieueffecten in beeld, met een detailniveau dat nodig is voor de afweging van de kansrijke alternatieven tot een Voorkeursalternatief. Dit betekent dat MER deel A met name gericht is op het in beeld brengen van de grotere milieueffecten en de verschillen tussen de alternatieven. Het MER deel B dat in de planuitwerkingsfase is gemaakt beschrijft de effecten van het uitgewerkte Voorkeursalternatief, inclusief de effecten van de uitvoeringsfase. Voor meer informatie verwijzen we je naar de bibliotheek.
Wie betaalt de dijkversterking?
Het Rijk en de Nederlandse waterschappen dragen beiden 50% bij aan de kosten van de dijkversterking. Van de 50%-bijdrage van de waterschappen komt 40% uit een gezamenlijke pot en is 10% een eigen bijdrage van Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Wanneer gaat het waterschap met grondeigenaren in gesprek?
In de Planuitwerkingsfase gingen we met grondeigenaren in gesprek over het dijkontwerp en de beschikbaarheid van percelen tijdens de dijkversterking. Tijdens de Uitvoeringsfase blijven we met de grondeigenaren in gesprek.
Wat betekent de dijkversterking voor mij als grondeigenaar?
In de factsheet grondbeschikbaarheid vind je meer informatie voor grondeigenaren.
Hoeveel gesprekken vinden er plaats met grondeigenaren?
Er vinden meerdere gesprekken plaats met alle grondeigenaren. We hebben eerst een 'startgesprek' met grondeigenaren. Wanneer het Voorlopig Ontwerp gereed is spreken we elkaar opnieuw. We koppelen dan het ontwerp terug. Uiteraard bespreken we dan ook hoe we komen tot afspraken over het gebruik van de grond.
Kom ik in aanmerking voor vergoeding van adviseurskosten?
Misschien denk je erover na om je te laten ondersteunen door een adviseur. Je kunt in aanmerking komen voor vergoeding van adviseurskosten als duidelijk is dat je recht hebt op een schadeloosstelling vanwege afspraken over gronden. Over de voorwaarden en hoogte van de vergoeding kun je in gesprek met de omgevingsmanager. De factsheet grondbeschikbaarheid, waar informatie in staat over mogelijke vergoeding van kosten, vind je hier.
Gaat het waterschap grond aankopen?
Het waterschap gaat niet standaard uit van aankoop van grond. Het waterschap kan ook op een andere manier afspraken met grondeigenaren over het permanent of tijdelijk gebruik van gronden maken. Voorbeelden zijn zakelijk recht of een kwalitatieve verplichting. Dat laatste betekent dat je eigenaar blijft van de grond, en het waterschap afspraken met jou als grondeigenaar maakt over het aanbrengen van de dijkversterkingsmaatregelen. In de Planuitwerkingsfase werd het ontwerp meer in detail uitgewerkt en maakten we afspraken met eigenaren over aankoop of het gebruik van de grond.
Waarom maakt het waterschap afspraken over gronden?
Grondverwerving kan verschillende redenen hebben. Het aankopen van gronden in een bepaald gebied, heeft niet altijd te maken met een volgend project. Soms kopen we grond om nu of in de toekomst te gebruiken voor waterdoelen. Om onze projecten te realiseren, is soms (tijdelijk) ruimte en/of grond nodig. Het projectteam van het waterschap maakt in de Planuitwerkingsfase met grondeigenaren afspraken over het tijdelijk gebruik of aankoop van grond.
De IJsseldijk kent veel grondeigenaren. Is het voor het waterschap niet verstandiger om de dijk aan te kopen?
Het waterschap kan op verschillende manier afspraken maken over het gebruik van grond met grondeigenaren. Denk dan aan privaatrechtelijke instrumenten (zoals overeenkomsten, aankoop van de dijk) en publiekrechtelijke instrumenten ( de Waterschapsverordening en Onderhoudsverordening en legger ). Het beleid van het waterschap richt zich op juridische zekerheid voor zowel het waterschap zelf als de betrokkenen. De basis voor uitvoering van het beheer en onderhoud aan waterkeringen is publiekrechtelijk geborgd in de onderhoudsverordening en legger en de Waterschapsverordening. Omdat het daarin geborgd is, heeft het waterschap op voorhand niet de behoefte of noodzaak om de dijk in eigendom te hebben. In het geval van een verbetering van de dijk, zoals de dijkversterking, kan het zijn dat de onderhoudsverordening en legger en de Waterschapsverordening niet toereikend zijn. Dan kunnen privaatrechtelijke instrumenten worden ingezet, zoals een koopovereenkomst.
Worden schuren ook meegenomen in de bouwkundige opname?
Schuren worden meegenomen in de bouwkundige opname, mits de schuur dicht op de dijk staat.
Wat is een maatwerklocatie?
Maatwerklocaties zijn locaties waar het voorkeursalternatief, zonder aanpassing, tot ruimtebeslag op woonhuizen of natuur / objecten met beschermde status leidt.
Hoe wordt het ontwerp voor de maatwerklocaties in de Planuitwerkingsfase gemaakt?
Voor de maatwerklocaties werden in de Planuitwerkingsfase oplossingen uitgewerkt zodat deze woningen of objecten worden behouden. Dit ontwerp maakten we in overleg met de grondeigenaren. Het ontwerp voor de maatwerklocaties moet voldoen aan de randvoorwaarden 'technisch maakbaar, probleemoplossend, vergunbaar en betaalbaar'.
Hoe mag ik de dijk straks gebruiken?
Het waterschap heeft een streng beleid als het gaat om wat er wel en niet mag in, op en naast de dijk. Wat er straks wel en niet is toegestaan, staat in de Waterschapsverordening en is zichtbaar in de Onderhoudsverordening en legger. . Zodra het ontwerp is vastgesteld, kan er meer duidelijkheid worden geschept over wat er straks wel en niet terug mag komen rondom en in de dijk.
Blijft mijn woning goed bereikbaar?
De woningen blijven zo goed mogelijk bereikbaar doordat we het werkverkeer beperken. Dat doen we door zoveel mogelijk materiaal aan en af te voeren via de IJssel en gebruik te maken van depots voor het opslaan van materiaal en materieel. Op de openbare weg wordt alleen gereden met vrachtwagens voor het grondtransport. De aan- en afvoer van materiaal over tijdelijke werkwegen kan wat overlast door trilling geven. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van het wegdek (inclusief ondergrond) en de afstand tot bebouwing.
Houden jullie rekening met het groot onderhoud aan de N337?
Provincie Overijssel is in maart 2025 begonnen aan het groot onderhoud van de N337. De weg moet daarvoor een aantal periodes worden afgesloten. De provincie informeert de omgeving daarover via de media en haar website . Er gaat de komende jaren ook onderhoud plaatsvinden aan andere stukken van de N337. We hebben nauw contact met de provincie Overijssel om de overlast voor omwonenden en weggebruikers zoveel mogelijk te beperken voor die werkzaamheden die samenvallen met de dijkversterking.
Hoe gaan jullie om met het gebruik van de doorgaande wegen?
Eén van de uitgangspunten binnen het project is dat we het werkverkeer beperken door zo veel mogelijk materiaal aan en af te voeren via het water en gebruik te maken van depots voor het opslaan van materiaal en materieel. Op de openbare weg wordt alleen gereden met vrachtwagens voor het grondtransport. De aan- en afvoer van materiaal over tijdelijke werkwegen kan wat overlast door trilling geven. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van het wegdek (inclusief ondergrond) en de afstand tot bebouwing.
IJsselwerken zorgt er tijdens de uitvoering van werkzaamheden langs de N337 voor dat het verkeer doorstroomt. Om veilige werkruimte te creëren, worden er buiten de spits tussen 9.00 en 15.00 uur halve rijbaanafzettingen geplaatst waarbij één rijstrook vervalt voor het doorgaande verkeer. Er zijn een aantal weekenden waarin de N337 afgesloten zal zijn en er omleidingen plaatsvinden voor het doorgaande verkeer. Door deze maatregelen zal de toename van verkeer op de parallel gelegen wegen beperkt blijven.
Blijft de weg Zwolle – Olst (N337) gewoon open?
IJsselwerken zorgt er tijdens de uitvoering van werkzaamheden langs de N337 voor dat het verkeer kan doorrijden. Om de werkruimte veilig te maken, wordt de rijbaan buiten de spits tussen 9.00 en 15.00 uur voor de helft afgezet. Eén rijstrook vervalt dan dus voor het doorgaande verkeer. De N337 wordt een aantal weekenden afgesloten. Het doorgaande verkeer wordt dan omgeleid. Door deze maatregelen blijft de toename van verkeer op de parallel gelegen wegen beperkt.
Waarom wordt de huidige N337-kruising bij Herxen opnieuw geasfalteerd? Hier komt toch een rotonde?
Het waterschap, de gemeente Olst-Wijhe en de provincie onderzochten of het nodig en mogelijk is om een rotonde te maken op de plek van de kruising Herxen. De uitkomst is dat er een, in eerste instantie tijdelijke, rotonde komt. In 2025 was de weg bij deze kruising in zo’n slechte staat dat het onderhoud niet langer kon wachten. Voor tussentijds extra onderhoud zou de weg bovendien weer afgesloten moeten worden, daar zit niemand op te wachten en het kost extra geld. De kruising Herxen heeft in 2025 ‘minimaal onderhoud’ aan het asfalt gekregen: alleen de deklaag is vervangen. Dit zorgt ervoor dat het wegdek van de kruising bij Herxen veilig is totdat de (tijdelijke) rotonde er komt.
Met welk deel van de dijk wordt gestart in de uitvoering?
In de Planuitwerkingsfase werkten we verder uit met welk deel van de dijk we starten met de werkzaamheden. We pakken de uitvoering gefaseerd op en hebben de dijk verdeeld in 15 uitvoeringstrajecten. Wanneer we waar aan het werk gaan lees je in de planning.
Welke hinder kan ik tijdens de werkzaamheden verwachten?
Een dijkversterking is een flinke klus, dus veel bewoners langs de dijk gaan hier hinder van ondervinden. Hinder kan optreden in de vorm van geluid, trillingen, stof, licht en verminderde bereikbaarheid. We nemen tijdens de uitvoering maatregelen om de soorten hinder zo veel mogelijk te beperken. Eén van de belangrijkste maatregelen is dat bulkmaterialen, zoals zand en klei, over het water worden aangevoerd en via tijdelijke bouwwegen naar de dijk worden getransporteerd. Toch valt hinder tijdens de dijkversterking niet uit te sluiten.
We treffen maatregelen om geluidshinder door bouwverkeer en materieel zoveel mogelijk te beperken. De meeste werkzaamheden vinden plaats tussen 07:00 uur en 19:00 uur. Voorwaarde is dat de werkzaamheden binnen de geldende wettelijke geluidskaders passen, of dat we hiervoor ontheffing aanvragen. Bijvoorbeeld voor werkzaamheden op bestaande wegen. Dit zal incidenteel ’s nachts en/of in het weekend plaatsvinden.
Hinder door trillingen kan bijvoorbeeld voorkomen bij het aanbrengen van damwanden. Als er damwanden worden aangebracht vlakbij panden is er gekozen voor stalen damwanden, deze kunnen trillingsarm (drukkend) aangebacht worden. Een tweede oorzaak van trillingshinder tijdens de werkzaamheden is het bouwverkeer. Afhankelijk van de kwaliteit van het wegdek (inclusief ondergrond) en de afstand tot bebouwing, kan de aan- en afvoer van materiaal en materieel trillingshinder geven. Ook inzet van materieel binnen het werkgebied van de dijkversterking kan zorgen voor trillingen in de omgeving. Het materieel bestaat uit o.a. dumpers, tractors, graafmachines, bulldozers, verdichtingswalsen, shovels, vrachtauto’s en asfaltmachines. Ook via de bestaande wegen zal transport van materiaal plaatsvinden. Om de trillingshinder van het bouwverkeer te beperken maken we zoveel mogelijk gebruik van de binnen- en buitendijkse werkwegen langs de dijk en stellen we eventueel zones in waar bouwverkeer langzaam moet rijden.
Hoe wordt omgegaan met schade aan bebouwing door de werkzaamheden?
We spannen ons maximaal in om schade aan bebouwing door werkzaamheden zoveel mogelijk te voorkomen. Indien alsnog schade aan bebouwing ontstaat als gevolg van de dijkversterkingswerkzaamheden, dan vergoeden we dit. Er is in de Planuitwerkingsfase een schadepreventie en monitoringsplan gemaakt. Hierin staan allerlei zaken omtrent mogelijke schade en monitoring beschreven. Op de webpagina over voorkomen van schade lees je meer hierover.
Is het mogelijk om de bestaande beplanting, als deze bij de dijkversterking moet worden verwijderd, na de werkzaamheden weer terug te zetten?
Als het gaat om kleine plantjes gaan we die terugzaaien op de dijk. Gaat het om struiken en bomen, dan kijken we naar de specifieke situatie. Dat geldt ook voor een boom met grote waarde. We kijken of die behouden kan blijven of ergens anders teruggeplant wordt.
Als het gaat om kleine begroeiing op de dijk zelf, dan gaan we die na de uitvoering opnieuw inzaaien . Gaat het om struiken en bomen, dan kijken we naar de specifieke situatie. Op de dijk komen geen bomen of struiken terug. Voor bomen en grote beplanting naast de dijk geldt dat we in de Planuitwerkingsfase goed hebben gekeken of we die kunnen behouden of niet. Zo niet, dan planten we na de uitvoering nieuwe bomen of planten terug, of we compenseren eigenaren hier financieel voor .
Ik heb een schuur/weg/drainage op mijn perceel. Wordt dat teruggeplaatst na de uitvoering?
Het waterschap streeft ernaar zoveel mogelijk van de huidige functies en inrichting te behouden. Waar dat niet kan is het uitgangspunt om functies en waarden terug te brengen na de dijkversterking . In principe op dezelfde plek, of elders in overleg met de bewoner/eigenaar.
Hoe ziet de projectplanning eruit?
De projectplanning ziet er als volgt uit:
2017 - 2019 Verkenningsfase: alternatievenonderzoek en besluit over Voorkeursalternatief.
2020 - 2025 Planuitwerkingsfase: ontwerp gereed maken, inclusief landschapsplan en benodigde ruimtebeslag. Definitief ruimtelijk plan gereed maken.
2026 - 2033 Uitvoering van de werkzaamheden
Via de pagina planning houden we je op de hoogte van de actuele planning. Hier is ook een grafische weergave van de planning weergegeven die regelmatig wordt vernieuwd.
Wordt mijn woning gemonitord op schade?
Dat hangt af van het type werkzaamheden dat in de buurt van jouw woning of pand wordt uitgevoerd. De invloedssfeer van het intrillen van damwanden reikt bijvoorbeeld verder dan de invloedssfeer van een ophoging. Ook de grootte van de werkzaamheden maakt uit. Zo reikt de invloedssfeer bij een ophoging van 1 meter verder dan bij een ophoging van 0,1 meter. Wij hanteren een risicocontour: wij gaan uit van het monitoren van woningen (en vaak ook schuren en bijgebouwen) binnen maximaal 60 meter afstand van het intrillen van damwanden. Bij grondwerkzaamheden worden de gebouwen binnen maximaal 20 meter gemonitord. Op de pagina 'Voorkomen van schade' lees je meer hierover.
Wat als mijn woning of ander gebouw buiten de risicocontouren valt?
De risicocontour is bedoeld om het gebied te bepalen waarin binnen het ontwerp en tijdens uitvoering rekening gehouden moet worden met effecten op panden/objecten bij het aanbrengen van damwanden. De afstand van 60 meter voor de risicocontour is berekend voor het intrillen van damwanden bij een worst-case scenario, namelijk een gebouw van metselwerk dat gevoelig is voor trillingen of een monumentale status heeft. Bij het project IJsselwerken is ervoor gekozen om bij dichtbij gelegen panden stalen damwanden drukkend (= trillingsarm) aan te brengen en om bij panden op grotere afstand (> 40 meter) kunststof damwanden trillend aan te brengen. In alle gevallen kiezen we ervoor om binnen een afstand van 60 meter van de stalen of kunststof damwand de effecten van het aanbrengen te monitoren.
Als jouw pand buiten de risicocontouren valt, dan treffen wij voorafgaand aan de werkzaamheden geen maatregelen, zoals het uitvoeren van een bouwkundige opname of het aanbrengen van meetbouten. Bij het maken van het uitvoeringsontwerp wordt ook een gedetailleerd monitoringsplan opgesteld. Als blijkt dat de aard of intensiteit van een activiteit zodanig is dat dit mogelijk invloed heeft op de staat van het pand buiten deze risicocontour, dan nemen we alsnog maatregelen om het pand te monitoren.
Wat is een nulmeting en hoe word ik daarbij betrokken?
Een nulmeting is een startpunt en referentie voor de opvolgende herhalingsmetingen. Voor elk van de verschillende type deformatiemetingen (bijvoorbeeld de hoogtemetingen of metingen bij aan grondvervormingen) wordt per meetpunt een nulmeting uitgevoerd. Alle opvolgende metingen worden vergeleken met de nulmeting, zodat eventuele afwijkingen kunnen worden opgemerkt. Bij het plaatsen van de hoogtemeetboutjes of XYZ meetpunten kun je als eigenaar aanwezig zijn. Indien je woning in aanmerking komt voor monitoring (en je pand dus binnen de risicocontour valt), word je hierover persoonlijk geïnformeerd. Op de webpagina over voorkomen van schade lees je meer.
Hoe is er bepaald tot welke afstand vanaf de werkzaamheden aan de dijk schade kan ontstaan?
Door specialisten in de bouw zijn verschillende rekenmodellen ontwikkeld die nationaal gehanteerd worden. Die modellen berekenen nauwkeurig hoe ver de invloedsfeer van de werkzaamheden aan de dijk reikt. Met andere woorden: tot hoe ver vanaf de dijk zijn trillingen of zettingen merkbaar en is daardoor schade te verwachten? Bij het intrillen van kunststof damwanden in de buurt van oude, trillingsgevoelige bebouwing of monumenten is bijvoorbeeld een invloedssfeer van 24 meter berekend.
Hoe wordt mijn woning gemonitord?
Als er met grond wordt gewerkt, zullen wij met name hoogtemetingen uitvoeren. Wanneer er damwanden worden ingetrild, voeren wij ook trillingsmetingen uit. Op de webpagina over voorkomen van schade lees je meer.
Er wordt vooraf, tijdens en na de uitvoering gemonitord. Hoe word ik daarover geïnformeerd?
In 2024 startten we met een achtergrondmonitoring, waarbij hoogtemetingen werden uitgevoerd. Deze metingen worden 3x per jaar gedaan en doorgezet tot 3 jaar na oplevering van het uitvoeringstraject. Daarnaast worden door WDODelta grondwaterstandsmetingen verricht met het al aanwezige grondwatermeetnet.
We hebben 1 tot 3 maanden voorafgaand aan de start van het uitvoeringswerk aanvullende instrumenten geplaatst. Denk hierbij aan peilbuizen bij bemalingswerkzaamheden en lokaal mini-prisma’s bij woningen. Deze worden voor de start van het werk ingemeten voor de nulmeting. Tijdens de werkzaamheden worden deze vaak gemeten (ongeveer 1x per 2 weken). Eventuele geluidsmeters en trillingsmeters worden een aantal dagen voor de start van werkzaamheden geplaatst en deze verplaatsen we mee met de werkzaamheden.
De resultaten van de nulmeting en herhalingsmetingen en van de bouwkundige vooropname worden met de eigenaren van het pand gedeeld.
Wie voert de hoogtemetingen uit?
De plaatsing en de eerste meting van de hoogtemeetbouten zijn vanaf het laatste kwartaal van 2024 uitgevoerd door een deskundig en onafhankelijk bureau. Dit is Vermeer Expertise. Zij voerden ook de eerste nulmeting op de geplaatste hoogtemeetboutjes uit.
Houden jullie rekening met de bouwkundige staat van mijn woning?
Ja, hier houden wij rekening mee. In 2024 werd voor het hele dijktraject nader onderzoek gedaan naar de bouwkundige staat en funderingswijze van de woningen binnen de invloedssfeer van de uit te voeren werkzaamheden. Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van de buitenzijde van de woning om bestaande constructieve schade en scheefstand te constateren.
Daarnaast doen we archiefonderzoek bij het gemeentelijk bouwarchief om oude bouwtekeningen van het pand te bekijken, zodat we meer weten over de fundering en constructie van het pand. Als het niet mogelijk is om de bouwkundige staat of funderingswijze vast te stellen, zullen wij veilige (worst-case) aannames doen. De fundering wordt niet opgegraven en geïnspecteerd. Dit zou te weinig extra bruikbare informatie opleveren in verhouding tot de hoge kosten die een funderingsonderzoek met zich meebrengt. Voorafgaand aan de uitvoering wordt ook een bouwkundige vooropname uitgevoerd.
De resultaten van de visuele inspectie, het archiefonderzoek en de bouwkundige vooropname worden met de eigenaren van het pand gedeeld.
Wat is een bouwkundige vooropname?
Ongeveer twee maanden voor de start van een traject, plannen we een bouwkundige vooropname in met direct omwonenden. Hierbij leggen we de staat van zowel de binnen- als buitenzijde van de woning vast. Bij deze opname is het voor jou als bewoner belangrijk om aanwezig te zijn. De opname bestaat uit een omschrijving en fotografische vastlegging van eventuele bestaande gebreken.
Hoe ziet het proces rondom het opstellen van het monitoringsplan eruit?
Van 2024 t/m 2026 wordt per uitvoeringstraject een uitvoeringsontwerp voor de dijkversterking opgesteld. Dit plan bevat een monitoringsplan om toezicht te houden op het proces en de omgevingsbeïnvloeding te controleren en sturen. Hierbij wordt ook een overzicht van de omgevingsmonitoring op hoofdlijnen gemaakt, waarin eventuele privacygevoelige informatie is weggelaten. Dit overzicht bestaat uit tekeningen met de verschillende meetpunten en een planning met de voorgenomen meetmomenten. Informatie over panden of de bouwkundige staat wordt niet getoond. Voorafgaand aan de uitvoering van een uitvoeringstraject wordt de omgevingsmonitoring met de omgeving besproken. Met de eigenaren van woningen/opstallen wordt specifiek de monitoring van hun woning/opstal besproken.
Kan het voorkomen dat ik mijn huis uit moet bij het inbrengen van damwanden?
Bij het aanbrengen van damwanden is valgevaar van de te plaatsen damwand een veiligheidsrisico. Als jouw woning binnen het valbereik van de damwandstelling of -kraan staat, zal de aannemer je vragen om jouw woning tijdens werktijden te verlaten. Dit kan ongeveer twee weken duren. Wij bieden daarvoor alternatieve verblijfsruimte aan. Het is niet verplicht om de woning te verlaten, maar vanuit veiligheid is dit wel gewenst.
Is de aannemer direct aangesloten op de trillingsmeters, zodat direct ingegrepen kan worden?
Ja, de trillingsmeters versturen automatisch signalen naar het projectteam wanneer de interventiewaarde wordt overschreden. De aannemer is verantwoordelijk voor het juist en tijdig uitvoeren van de omgevingsmonitoring en het handelen op basis van overschrijdingen. Er wordt een Risk Engineer ingezet die opereert onder verantwoordelijkheid van het waterschap en toezicht houdt op juiste monitoring. De Risk Engineer heeft ook toegang tot alle (live) meetgegevens.
Waar meld ik schade als gevolg van de dijkversterking?
Je kunt een verzoek om schadevergoeding indienen via een digitaal formulier op de website van het waterschap. De omgevingsmanager of een medewerker van het WDODelta Meldpunt schade kan helpen bij het invullen van het schadeformulier. Het proces voor schadeafhandeling hebben we zo duidelijk mogelijk gemaakt en beschreven in een 10-stappenplan. Het Meldpunt schade en het 10-stappenplan vind je hier .
Wat gebeurt er na mijn schademelding?
WDODelta neemt de afhandeling voor de schade op zich. Daarvoor doorlopen we, samen met jou, de afhandeling op een snelle en makkelijke manier. Bekijk hier welke 10 stappen we doorlopen.
Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met de beslissing over de vergoeding van schade die door IJsselwerken is ontstaan?
Ben je het niet eens met de beslissing over jouw verzoek om vergoeding voor de door jou geleden schade door de dijkversterking? Dan staat het je vrij om de rechtbank te vragen een oordeel te geven over jouw verzoek en de beslissing daarover.
Vind je dat er onvoldoende rekening is gehouden met jouw persoonlijke omstandigheden? Dan kun je het Dagelijks Bestuur een brief sturen waarin je die omstandigheden kenbaar maakt. Het Dagelijks Bestuur zal jouw brief in behandeling nemen.
Tot wanneer kan ik schade claimen?
Een verzoek tot schadevergoeding moet binnen 5 jaar nadat de schade is geconstateerd worden ingediend. Deze verzoeken kunnen worden gedaan tot maximaal 20 jaar na de dijkversterking. Het recht om een verzoek om schadevergoeding in te dienen verjaart na de genoemde termijnen.
Hoe heeft het waterschap in de Verkenningsfase de impact op de omgeving onderzocht?
Er is in de Verkenningsfase een milieueffectrapportage (MER) opgesteld waarbij de effecten van verschillende alternatieven voor de volgende milieuthema's zijn beoordeeld:
woon-, werk- en leefomgeving
rivierkunde
natuur
bodem
water
landschap en cultuurhistorie
Het MER brengt alle relevante milieueffecten in beeld, met een detailniveau dat nodig is voor de afweging van de kansrijke alternatieven tot een Voorkeursalternatief. Dit betekent dat MER deel A met name gericht is op het in beeld brengen van de grotere milieueffecten en de verschillen tussen de alternatieven. Het MER deel B dat in de Planuitwerkingsfase wordt gemaakt beschrijft de effecten van het uitgewerkte Voorkeursalternatief, inclusief de effecten van de uitvoeringsfase. Voor meer informatie verwijzen we je naar de bibliotheek.
Wat is onderzocht tijdens de ecologische onderzoeken en waarom?
Tijdens de ecologische onderzoeken is onderzoek gedaan naar de verblijfplaats van verschillende beschermde soorten. De Wet natuurbescherming beschermt alle in Nederland in het wild levende planten en dieren. Een aantal soorten, zoals alle vogels en habitatrichtlijnsoorten zijn extra beschermd. Voor het dijkversterkingsproject Zwolle-Olst is het belangrijk om te weten waar deze beschermde diersoorten zijn of nesten hebben, omdat we bij het uitvoeren van een project te maken hebben met de Wet natuurbescherming. Voor het aanvragen van vergunningen om de dijkversterking uit te voeren, moet het waterschap onderzoeken of de verblijfplaats van beschermde diersoorten wordt geraakt of wordt verstoord, en zo nodig maatregelen nemen.
Zijn de ecologische onderzoeken afgerond?
Voor het aanvragen van de vergunningen die vallen onder het Projectbesluit, zijn alle ecologische onderzoeken afgerond. In de aanloop naar de uitvoering kunnen er echter nog onderzoeken worden uitgevoerd, om bijvoorbeeld na te gaan of een boom waar in de Planuitwerking nog een nest aanwezig was, nog steeds een potentiële broedplek is.
Er liggen plannen voor natuurverbeteringsingrepen in de uiterwaarden van de IJssel (zogenoemde Kaderrichtlijn Water projecten van Rijkswaterstaat). Worden er combinaties gezocht, om te voorkomen dat het ene project klaar is en het volgende project begint?
Het project IJsselwerken en het projectteam dat in opdracht van Rijkwaterstaat werkt aan de uitwerking van de Kaderrichtlijn Water-maatregelen hebben regelmatig contact. Het gaat vooralsnog om de twee projecten Buitenwaarden Windesheim en Buitenwaarden Wijhe . Hiermee proberen we afstemming te bereiken op het gebied van planning en raakvlakken. Dat deze projecten (deels) na elkaar worden uitgevoerd is overigens niet te voorkomen. De projecten lopen niet volledig synchroon.
Hoe wordt er rekening gehouden met de flora en fauna in het gebied?
Tijdens de voorbereiding van de dijkversterking is er onderzoek gedaan, door gespecialiseerde bureaus, naar de effecten van het project op de flora en fauna in het gebied. Ook tijdens de uitvoering wordt hiermee rekening gehouden. Indien nodig worden er mitigerende (= maatregel die negatieve effecten vermindert of wegneemt) en compenserende maatregelen genomen. In de uitlegvideo over dijken en natuur wordt hierover meer verteld. Die vind je hier.
Wordt met de uitvoering van de dijkversterking ook de biodiversiteit op de dijk vergroot?
Het waterschap heeft onderzoeken uitgevoerd om te kunnen bepalen of het mogelijk is een deel van de bekleding van de dijk te behouden. Dit heeft namelijk voordelen zoals kostenbesparing, verminderen van hinder tijdens de uitvoering en ook het behoud van flora. Aan de hand van deze onderzoeken hebben we in de Planuitwerkingsfase bepaald op welke plekken we de bekleding kunnen behouden. Ook bekeken we of we de biodiversiteit kunnen vergroten en op welke manier. Het vergroten van biodiversiteit is onderdeel van het waterschapsbeleid.
Houden jullie rekening met klimaatverandering en de zeespiegelstijging?
Onze ontwerphorizon is 50 jaar. Dit betekent dat we een dijk ontwerpen die tot aan 2075 de waterveiligheid moet garanderen. Hierbij houden we ook rekening met de verwachte zeespiegelstijging en toename van de rivierafvoer. Concreet houden we rekening met het zogenaamde W+ KNMI-klimaatscenario.
Hoe blijf ik op de hoogte?
Op deze projectwebsite vind je alle informatie en kan je je aanmelden voor de digitale nieuwsbrief met updates over het project. Voorafgaand aan belangrijke mijlpalen organiseren wij (inloop)bijeenkomsten. Deze maken we bekend via de nieuwsbrief en deze website. Eigenaren van grond op / of vlakbij de IJsseldijk ontvangen altijd een persoonlijke uitnodiging voor deze bijeenkomsten. Wanneer we in de buurt aan het werk gaan informeren we de omwonenden ruim op tijd met een brief en vaak ook een buurtbijeenkomst. Via de IJsselwerken app blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen bij jou in de buurt. Je kunt de IJsselwerken app downloaden via de Google PlayStore en de Apple AppStore.
Als je vragen hebt kun je altijd contact opnemen met de omgevingsmanager van het betreffende uitvoeringstraject. De contactgegevens vind je in de IJsselwerken app en op de pagina met alle uitvoeringstrajecten.
Hoe kan ik meedenken?
Iedereen kan meedenken. Hiervoor organiseerden wij (inloop)bijeenkomsten voorafgaand aan mijlpalen in het project. Ook kon je je wensen of ideeën voor het project meegeven aan een van de leden van het Omgevingsplatform.
Waarom wordt een dijkverlegging bij Paddenpol uitgevoerd?
Een dijkverlegging betekent meer ruimte voor de IJssel en een bredere uiterwaard met kansen voor waterstandsdaling bij hoogwater op de IJssel. En ook hogere ecologische waterkwaliteit, ontwikkeling van bijzondere riviernatuur en kansen voor recreatie. De ministeries en de provincie dragen financieel bij om deze doelen te behalen.
Hoe wordt het nieuwe buitendijkse gebied ingericht?
Er is een inrichtingsplan gemaakt voor het nieuwe buitendijkse gebied bij de Paddenpol. Het gaat om een nieuwe dijk aan de oostzijde van het gebied. De oude dijk wordt deels afgegraven en komt dan op zomerdijk niveau. Er komt een nevengeul en een laagte in het nieuwe buitendijkse gebied. Ook komt er een fietspad over –en deels net naast- de nieuwe dijk en een struinpad over de oude dijk.
Het nieuwe buitendijkse gebied kan bij hoogwater overstromen, waardoor het zakkende water door de oude dijk nog kan worden vastgehouden. Hierdoor ontstaat een waardevol leefgebied voor riviersoorten zoals bittervoorn en winde die kunnen paaien in de geul, en planten zoals de lisdodde en gele plomp. Én misschien gaat de porseleinhoen zich hier wel vestigen. Ook is er ruimte voor het beter beleven van dit nieuwe gebied en de IJssel door fietsers en wandelaars.
Er is een filmpje beschikbaar waar je meer informatie krijgt over het initiatief.
Wie heeft er beslist over de dijkverlegging Paddenpol? En wanneer?
Aan de bestuurders van de initiatiefnemende partijen (Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat, Ministerie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provincie Overijssel, Staatsbosbeheer en het waterschap) is het voorstel voor de inrichting voorgelegd. Samen met de reacties vanuit de omgeving. Daarnaast hebben alle partijen gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst. Hierin zijn afspraken gemaakt over de planning, financiën en de inrichting. Deze is op 5 juli 2021 ondertekend. De dijkverlegging is hiermee onderdeel van het project dijkversterking IJsseldijk Zwolle-Olst. De inrichting is in de Planuitwerkingsfase van dit project verder uitgewerkt. Eind 2025 is het definitieve Projectbesluit vastgesteld. De documenten daarover en meer informatie vind je in de bibliotheek.
Kan er tegen het Projectbesluit bezwaar of beroep worden aangetekend?
Op het ontwerp Projectbesluit kon door iedereen een zienswijze worden ingediend. De binnengekomen zienswijzen werden door het waterschap bestudeerd en leidden tot aanpassingen in het projectbesluit. Als met het definitieve projectbesluit niet alle zorgen over of bezwaren tegen de dijkversterking zijn weggenomen kon eind 2025 beroep worden aangetekend bij de Raad van State.
Waar gingen de meest voorkomende zorgen in de zienswijzen over?
In de 155 zienswijzen op de ontwerpplannen, kwamen een aantal zorgen vaak naar voren. Deze meest voorkomende zorgen en vragen van bewoners en andere betrokkenen zijn gebundeld in een overzicht en zijn verdeeld in vier thema’s: participatie en communicatie, invloed op eigendommen en de parkzone Olst-Zuid, kappen van bomen en uitvoering van het werk: schade, hinder en monitoring. In de Nota van Antwoord vind je de meest voorkomende zorgen uit de zienswijzen en hoe wij als project hiermee om willen gaan.
Hoe ziet het proces rond het Projectbesluit eruit?
Het Projectbesluit is misschien wel het belangrijkste besluit dat binnen dit project is genomen. In het Projectbesluit staat onder andere hoe we de dijk willen versterken en welke ruimte we hiervoor nodig hebben.
Het proces om te komen tot een definitief Projectbesluit was als volgt:
Najaar 2024: het ontwerp Projectbesluit en diverse ontwerpvergunningen voor de dijkversterking Zwolle-Olst lagen zes weken ter inzage.
Voorjaar 2025: de ontwerpvergunning Natura 2000-activiteit en de bijbehorende ontwerp intrekkingsbesluiten lagen zes weken ter inzage.
Er zijn in totaal 155 zienswijzen ingediend op het ontwerp Projectbesluit en de ontwerpvergunning Natura2000-activiteit.
2025: het analyseren en beantwoorden van de binnengekomen zienswijzen. De argumenten zijn voorzien van een reactie in een zogenoemde Nota van Antwoord. Vervolgens zijn, op basis van de ontvangen zienswijzen, de plannen op sommige punten aangepast. Hierna zijn de plannen afgerond en definitief ter besluitvorming aangeboden.
17 juni 2025: het Projectbesluit is vastgesteld door het dagelijks bestuur van WDODelta.
16 september 2025: Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel heeft het vastgestelde Projectbesluit goedgekeurd. De overheden hebben inmiddels ook de definitieve vergunningen verleend.
2 oktober 2025: het vastgestelde Projectbesluit, de Milieueffectrapportage (MER), het goedkeuringsbesluit, de vergunningen en de Nota van Antwoord zijn gepubliceerd. Tot 12 november was het mogelijk om een beroep in te dienen bij de Raad van State tegen deze besluiten. De documenten hierover en meer informatie vind je in de bibliotheek.
In totaal kwamen er 13 beroepen binnen: drie groepsberoepen, twee door bedrijven en acht door particulieren. Wij realiseren ons dat achter elk beroep mensen zitten met zorgen. Daarom behandelen we deze beroepen zorgvuldig en voeren we gesprekken met enkele indieners. De beroepsprocedure bij de Raad van State duurt meestal een jaar of langer.
.png)